Tepelkloven kunnen borstvoeding pijnlijk maken, maar met de juiste aanpak zijn ze vaak goed te verzorgen en te voorkomen. Met een paar praktische stappen kun je de kans op nieuwe kloofjes verkleinen en het voeden comfortabeler maken.

Merk je dat voeden pijn doet, de huid kapot gaat of de klachten niet verbeteren, neem dan contact op met een lactatiekundige, verloskundige, kraamzorg of het consultatiebureau. Soms speelt er meer mee, zoals aanlegtechniek of een schimmelinfectie, en dan is persoonlijke hulp vaak zinvol.

  1. Herken wat tepelkloven zijn

    Tepelkloven zijn scheurtjes of kloofjes in de huid van de tepel, soms ook met wondjes rondom de tepelhof. Ze kunnen ontstaan aan één of beide kanten en variëren van licht gevoelig tot behoorlijk pijnlijk.

    Vaak beginnen ze met een schrale, branderige of stekende pijn tijdens of na het voeden. Soms zie je ook roodheid, een korstje of een klein bloedend plekje. Als de pijn sterk is of aanhoudt, laat dan een zorgverlener meekijken.

  2. Zo ontstaan ze meestal

    De meest voorkomende oorzaak is een aanlegtechniek die niet helemaal goed is. De baby pakt dan te veel van de tepel en te weinig van de tepelhof, of schuift tijdens het drinken steeds terug.

    Ook te korte voedingen met veel loslaten en opnieuw aanhappen, een te volle borst of spanning in de mond, kaak of tong van de baby kan meespelen. Soms ontstaat irritatie door zeep, te veel vochtige compressen of onjuist gebruik van borstkolfonderdelen. Bij terugkerende klachten kan het nuttig zijn om het aanleggen te laten beoordelen, bijvoorbeeld met hulp uit de basis van borstvoeding.

  3. Let op de signalen tijdens het voeden

    Een goede aanleg geeft meestal een diepe hap, waarbij de kin van de baby tegen de borst komt en de lippen goed naar buiten gekruld zijn. Het voeden voelt in het begin mogelijk gevoelig, maar hoort niet scherp of steeds erger pijnlijk te zijn.

    Hoor je smakkende geluiden, zie je kuiltjes in de wangen of laat je baby vaak los, dan kan de aanleg minder goed zijn. Probeer niet door te bijten, maar haal je baby rustig los en leg opnieuw aan. Als dit vaak gebeurt, kan een verloskundige of lactatiekundige helpen om de houding en aanleg te bekijken.

  4. Pas de aanlegtechniek aan

    Begin met de baby dicht tegen je aan, buik tegen buik. Richt de tepel op de neus van je baby, wacht tot de mond wijd open gaat en breng je baby dan snel naar de borst, niet andersom.

    Laat je baby ruim over de tepelhof happen, zodat de tepel diep in de mond komt. Als het toch pijn doet, haal je de baby voorzichtig los door een schoon vinger tussen de kaakjes te plaatsen en probeer je opnieuw. Kleine aanpassingen in houding kunnen veel verschil maken.

  5. Verzorg de huid rustig en mild

    Was de tepels meestal alleen met lauwwarm water, zonder zeep of geparfumeerde producten. Te veel schoonmaken kan de huid juist uitdrogen en gevoeliger maken.

    Laat de tepels na het voeden rustig aan de lucht drogen. Draag bij voorkeur een goed passend, ademend voedingsbehaatje. Zijn er open kloofjes, wees dan extra voorzichtig met wrijving van kleding of borstkompressen. Voor meer praktische tips over huidirritatie bij jonge baby's kun je ook kijken naar luieruitslag voorkomen en verzorgen, waar het principe van mild verzorgen ook terugkomt.

  6. Gebruik alleen middelen die passen bij borstvoeding

    Soms helpt het om na het voeden een klein beetje eigen moedermelk op de tepel te laten drogen. Veel ouders vinden dit prettig, maar het is geen wondermiddel en vervangt geen goede aanleg.

    Een lanolinezalf of ander geschikt product kan soms tijdelijk comfort geven, maar gebruik het alleen volgens de aanwijzingen en bij voorkeur na overleg als de huid ernstig geïrriteerd is. Wees voorzichtig met crèmes, zalven of olie die niet bedoeld zijn voor gebruik tijdens borstvoeding.

  7. Geef de tepel rust, maar blijf alert op de voeding

    Blijven voeden kan meestal wel, ook als er kloofjes zijn, zolang de pijn draaglijk is en de baby goed drinkt. Wel is het belangrijk om de oorzaak aan te pakken, anders blijven de klachten terugkomen.

    Voelt een borst te gevoelig, begin dan soms met de minst pijnlijke kant of verander de houding. Sommige ouders merken dat een andere voedingspositie, zoals de rugbygreep of zijligging, verlichting geeft. Lukt voeden nauwelijks door de pijn, neem dan contact op met een deskundige voor persoonlijke begeleiding.

  8. Voorkom extra irritatie tussen de voedingen door

    Kies kleding die niet schuurt en vervang natte borstkompressen op tijd. Langdurige vochtigheid kan de huid week maken, terwijl wrijving juist weer extra pijn kan geven.

    Gebruik een borstkolf alleen met de juiste maat en zuigkracht, want te sterke zuigkracht of een verkeerde borstschildmaat kan de huid beschadigen. Kolf zo nodig tijdelijk wat rustiger als je merkt dat kolven de klachten verergert.

  9. Schakel hulp in als het niet verbetert

    Blijven de kloofjes na een paar dagen dezelfde kant op gaan of worden ze erger, vraag dan hulp. Soms is er sprake van een spruw, een bacteriële infectie, een verkeerd zuigpatroon of een probleem met de mondmotoriek van de baby.

    Neem ook contact op als je koorts krijgt, de borst rood en warm wordt, je wondjes gaan etteren of de pijn plots flink toeneemt. Bij twijfel is het verstandig om een arts, verloskundige of lactatiekundige te raadplegen. Op onze site vind je ook praktische informatie over voeding en borstvoeding en over borstvoeding of flesvoeding als je wilt kijken wat bij jullie past.

  10. Werk aan preventie voor de komende voedingen

    De beste voorkoming is meestal een goede aanleg vanaf het begin. Neem de tijd voor een rustige houding, wacht op een wijd open mond en controleer of de baby echt diep aanligt.

    Blijf alert op vroege signalen, zoals pijn die toeneemt, een schraal gevoel of wondjes die terugkomen op dezelfde plek. Door snel bij te sturen voorkom je vaak dat kleine irritatie uitgroeit tot hardnekkige kloofjes.

Praktisch gezien geldt vaak, hoe eerder je de oorzaak aanpakt, hoe sneller de huid rust krijgt. Blijft de pijn aanhouden, wacht dan niet te lang met hulp vragen.

Zoek je naast tepelverzorging meer houvast in de eerste maanden, bekijk dan ook slapen en babyverzorging voor aanvullende praktische informatie.